Sangita blogt

over de belangrijke zaken in het leven...

Blog: 7 x Wat je anders doet bij je tweede kind!

Alle moeders die meer dan één kind hebben, maken zich er schuldig aan. Ze maken onderscheid tussen hun kinderen. Bij je tweede kind doe je dingen namelijk anders dan bij je eerste. Dat is gewoon een feit.
Het riedeltje van voeden, verschonen, badderen,  slapen, kraamvisite en ga zo maar door, heb je al een keer doorlopen. Bij je tweede kind heb je de routine wat eerder te pakken. En ben je je ook bewuster van de gevolgen op langere termijn als je bepaalde dingen doet. Tenminste, ik was dat. Ik had er een heel duidelijk beeld bij wat ik bij de eerste anders had willen doen bij m’n oudste en dat heb ik bij de tweede ook echt gedaan. Maar wat heb ik nu anders gedaan bij de tweede?

1.De belronde als de baby geboren is……

…..ook echt pas doen als de baby geboren is. Voor de geboorte van mijn oudste dochter lag ik een week in het ziekenhuis. Het was een week met heel veel onzekerheid en stress, maar één ding was zeker: ik zou niet zonder baby het ziekenhuis meer uitgaan. Ik moest blijven tot aan de bevalling. Het moment dat ik werd opgenomen, kreeg ik heel veel, gevraagd en ongevraagd, bezoek. Ik dacht op dat moment dat ik dat allemaal wel aankon. Het is toch leuk en gezellig dat mensen je komen opzoeken? Maar achteraf bleek dat ik m’n rust niet had kunnen nemen en eigenlijk alleen maar bezig was met het ‘entertainen’ van mensen tot aan het moment dat ik ook daadwerkelijk ging bevallen. Ik kon me daardoor mentaal niet goed voorbereiden op de komst van de baby. Ook toen de baby eenmaal geboren was, hadden we niet eerst een moment samen (vader, moeder en kind), maar meteen met de eerste kraamvisite erbij. Op het moment zelf vond ik dat niet zo erg, maar achteraf wel. Toen ik zwanger was van m’n tweede dochter werd ik een aantal weken thuis opgenomen. Ik mocht thuis net zoveel als in het ziekenhuis doen: helemaal niks dus! Ik moest veel liggen en vooral heel veel rust pakken. Dat deed ik dan ook. Helemaal alleen! Heerlijk was dat! Mensen hield ik, voornamelijk, buiten de deur. Telefoon nam ik alleen op wanneer het me uitkwam en op appjes reageerde ik ook wanneer het me uitkwam. Toen het moment daar was dat ik werd opgenomen, werd alleen een cirkel van mensen geïnformeerd, die we in geval van nood zouden moeten inzetten voor, bijvoorbeeld, de opvang van onze oudste dochter. Zelfs m’n moeder wist niet dat ik was opgenomen en kreeg pas een telefoontje toen de baby geboren was. Voor die tijd had ik niemand aan m’n bed en degenen die wel wilden komen, werd vriendelijk verteld dat het nu even niet uitkwam. Pas toen de baby geboren was, deden we een belronde. Maar het belangrijkste van alles was: we hadden eerst een moment samen met ons kind, voordat de rest zich erop stortte.

2. De kraamhulp wegsturen…..

Toen m’n eerste dochter was geboren, heb ik na een dag de kraamhulp weg gestuurd. Ik vond het te druk in huis en had geen behoefte aan iemand die de hele dag op m’n vingers keek. Dat deed ze niet, maar zo voelde het wel. Daarnaast wilde ik haar geen ‘opdrachtjes’ geven en kon ik (voor m’n gevoel) niet ongestoord in bed liggen als er nog iemand in huis was. Met als resultaat dat ik eigenlijk alles toch zelf aan het doen was, terwijl ik eigen tot rust moest komen en de kraamhulp zich met de verzorging van de baby kon bezighouden. Ik dacht dat ik alles zelf wel kon doen en had de kraamhulp daar niet bij nodig. Viel dat even tegen. Toen de jongste werd geboren, heb ik de kraamhulp bijna een week gehad. Heerlijk vond ik het. Ze hielp me met de baby en zorgde ervoor dat ik mijn rustmomenten nam. Ik kon gewoon ongestoord in bed liggen, terwijl zij zich met alle dingen die moesten gebeuren bezig hield. Het was echt heerlijk om dat stukje te kunnen loslaten.

3. Kraamvisite reguleren…

Ja, dat klinkt echt een beetje raar. M’n kraamvisite reguleren. Bij de oudste hadden we een soort van ‘open huis’. Iedereen was op elk moment van de dag welkom en kon zo lang blijven als gewenst. Maar dat gebeurde dan ook bijna elke dag. Wederom: op het moment zelf vond ik het niet erg en eerlijk gezegd vond ik het ook wel gezellig. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd op die 65 m2 waar we toen woonden. Maar ja, op een gegeven moment breekt het je toch op. Dus bij de geboorte van de tweede hebben we de kraamvisite meer gereguleerd: minder mensen tegelijk en soms ook wel de tijden beperkt. Het liefst had ik kraamvisite als m’n oudste dochter op de crèche was doordeweeks, zodat ze niet het gevoel kreeg dat mensen alleen maar voor haar zusje kwamen en niet meer voor haar. En daar hebben we het ook enigszins op kunnen sturen. Met mooi weer in de weekenden deden we vaak wat uitgebreider kraamvisite, omdat dan vaak de mensen die wat verder weg woonden kwamen. Maar over het algemeen vond ik dat we dat bij de geboorte van de jongste prima hadden geregeld met minder mensen tegelijk op meer vierkante meters.

4.’Nee zeggen’

Dat is ook iets waar ik heel goed in ben geworden. ‘Nee zeggen’ als ik iets niet wil of mensen aanspreken als ze zich onnodig met mijn kinderen en opvoeding bemoeien. Bij mijn oudste dochter speelde mijn onzekerheid over het moederschap veel parten. Dat werd door mijn omgeving ook rijkelijk gevoed. Ik heb toen best veel laten gaan, onder het mom van: ik stel me aan. Maar naarmate m’n oudste dochter ouder werd, kreeg ik daar last van. En dan ging het meer om haar gedrag. Ik merkte dat ze lak had aan wat ik tegen haar zei. Dat maakte me eigenlijk nog onzekerder en dat veroorzaakte ook dat ik feller tegen haar ging reageren als ze dat soort gedrag vertoonde. Ze zou en moest naar me luisteren! Maar ja, dat is natuurlijk ook niet de manier waarop het je gaat lukken. Naarmate de oudste ouder wordt en nu ook naar school gaat, snapt ze ook beter wat regels zijn en hoeveel ‘rek’ daarin zit.
Bij de jongste ben ik van begin af aan heel duidelijk geweest. Niet iedereen kan dat waarderen, maar dat interesseert me niet. Mijn kinderen: mijn regels. Denk je dat je het op een andere manier kunt doen, dan zeg ik er wat van en heb je ernaar te handelen. Of je het er nou mee eens bent of niet. Duidelijker kan niet, toch?

5. De speen

Mijn beide kinderen hebben (of hadden) een speen. Doel van een speen is om tegemoet te komen aan de zuigreflex van een baby. Baby’s hebben daar behoefte aan. Vanaf het moment dat een kind een dreumes is (1 jaar) eten ze gewoon vast voedsel en neemt de zuigreflex ook steeds meer af. De speen is dan in principe niet meer nodig. Vaak krijgen kinderen de speen nog wel, omdat ze gewend zijn aan hun speen en er ook aan gehecht zijn. Zelf heb ik heel lang geduimd. Mijn gebit was, als gevolg daarvan, ontzettend lelijk geworden. Dat is allemaal goed gekomen uiteindelijk, maar ik wilde niet dat mijn kinderen hetzelfde zouden moeten doorstaan als ik ooit heb gehad. Het moment dat ze hun duim in hun mond staken als pasgeboren baby’s heb ik er meteen een speen in gestopt. De speen kun je afleren, maar een duim heb je altijd bij je. Dat was tenminste mijn ervaring. Bij de oudste stopten we de speen er te pas en te onpas in. Bij elk huiltje, bij elke autorit, na het badje, bij het aankleden en ga zo maar door. Ze had die speen gewoon altijd! Beperkingen waren er niet, maar man man man wat was het een crime om die speen daarna af te leren. Vanaf het moment dat ik merkte dat mijn jongste dochter enigszins begreep wat we tegen haar zeiden, startten we meteen consequent met het beperken van de ‘speentijd’. De speen wordt haar alleen aangeboden als ze naar bed gaat. Zodra ze wakker is, wordt de speen veilig door haarzelf opgeborgen in de la van de commode. Als het moment daar is, zuigt ze er nog even flink op en haalt ze haar speen uit haar mond. Nu we ook geen spenen meer her en der in het huis laten slingeren, kan ze niet zelf ergens anders een speen vandaan toveren.  Je weet ook meteen wanneer het bedtijd is voor haar: zodra ze om haar speen vraagt.

6. ‘Me-time’

Toen ik mijn eerste kind kreeg, schoot ‘me-time’ er altijd bij in. Ik deed nooit wat leuks voor mezelf. Ik had er ook niet echt behoefte aan. Ik ging van m’n werk naar huis en als ik een keer iets deed met vriendinnen of familie, zonder m’n dochter of voor m’n werk ergens naartoe ging, dan ging ze ofwel naar m’n (schoon)moeder of ze was thuis met haar vader. M’n oudste ging ook pas vanaf 9 maanden naar de crèche. Voor die tijd regelden we de opvang zelf of met familie. Bij de geboorte van de tweede heb ik, zodra het weer mocht tijdens mijn zwangerschap al, ‘me-time’ ingelast. Ik ging twee avonden in de week naar de sportschool én een doordeweekse ochtend. Ik ging ook gewoon wel eens een dagje weg. Daarnaast ging ik ook allerlei dingen doen, die ik  zelf leuk vond, om m’n persoonlijke ontwikkeling een beetje te stimuleren op andere vlakken. De laatste twee weken van mijn zwangerschapsverlof ging mijn jongste zelfs al naar de crèche. Op die manier kon ik  in huis ook nog wat tijd voor mezelf inlassen en van alles doen waar ik normaal gesproken nooit aan toe kwam.

7. Huilen, hoort erbij!

Je wordt er niet meer onzeker van als je baby huilt. Sterker nog, je reageert niet meer op elk huiltje. Zoals je bij je eerste kind pas na heel veel slapeloze nachten, wist wat elk huiltje betekende, kun je hier bij je tweede veel relaxter in zitten. Daardoor herken je huiltjes ook sneller en weet je wanneer er echt wat aan de hand is. Je weet dat het soms ok is als je je kind niet stil krijgt. Bepaalde huiltjes moet je gewoon heel geduldig uitzitten. Huilen is namelijk de enige manier waarop baby’s zich kunnen uiten. Je weet inmiddels waar je op moet letten, wanneer er echt iets aan de hand is. Je springt niet meer op, ook al heeft je man of je (schoon)moeder al drie keer gezegd dat de baby huilt. Je ruimt rustig nog je bord en je glas op en je loopt op je gemakje naar boven, zonder er ook overspannen van te raken.

Maarrr…..

Hoe je ook probeert te sturen en te kneden.  Je kind heeft ook nog een eigen karakter. Mijn oudste was, toen ze een baby was, een heel makkelijk kind. Na drie maanden sliepen we ’s nachts al door. Onze jongste was qua slaapritme echt verschrikkelijk. Na een jaar sliep ze nog steeds niet door en nu ze twee jaar is, slaapt ze af en toe niet door vanwege een verloren speen of een hoofd dat ze midden in de nacht stoot. Soms besluit ze ook gewoon midden in de nacht wakker te worden en liedjes te zingen, wel 2 tot 3 uren lang. Gevolg is wel dat ze in de ochtend niet wakker te krijgen is, maar dit vleermuizen-gedrag komt regelmatig voor. Sommige dingen zijn ook een kwestie van gewenning en gewoonten en die kun je kinderen best wel vroeg al aanleren. Maar je moet het wel weten en je eerste kind krijgen, is, hoe je het ook wendt of keert, best wel een beetje spannend 😉

Wat heb jij anders gedaan bij je tweede kind? Werd jij makkelijker of juist moeilijker? Hoe heb jij de overgang van één naar twee kinderen ervaren? Laat het weten in de reacties!

Deel dit bericht!
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

6 reacties

  1. LOL. Ik vind het verstandig van je dat je bij de tweede de kraamhulp gewoon liet blijven. Groot gelijk! Die periode waarin je nog even kunt uitrusten moet je met twee handen aangrijpen!

  2. Gedeeltelijk herkenbaar. Bij de tweede wist ik beter waar ik aan toe was, voelde ik mij beter en had ik meer zelfvertrouwen.

  3. Bij de eerste was ik in Spanje, en het lijkt wel of de mensen daar meer begrip hebben. Niemand kwam langer dan een half uurtje, brachten altijd iets van eten mee en wilden niet bediend worden. Die tijdregels heb ik hier ook gewoon aangehouden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

© 2018 Sangita blogt

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑